|
08 - 12 - 1925 te 's-Gravenhage
Opleiding Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten 's-Gravenhage 1957 - 1972: docent aan de Arnhemse Akademie 1958 - 1960: met Kees van Bohemen, Jan Henderikse, Armando en Jan Schoonhoven vormt hij de Hollandse Informele Groep. 1958 - heden: Peeters exposeert, vooral op groepstentoonstellingen, in binnen- en buitenland (zie exposities voor een uitputtend overzicht). 1960 - 1965: richt samen met Jan Henderikse, Jan Schoonhoven en Armando de NUL groep op. 1965 (op een maandagmorgen): geeft zijn werk, voorzover hij dit nog in eigen bezit heeft, mee met de vuilnisman. 1997 - heden: de 'Koetekendagen' (1997) in Galerie de Boer-Waalkens luiden een nieuw tijdperk in: 'Henk Peeters Tastbaar'. Woont met zijn vrouw, de fotografe/beeldend kunstenares Truus Nienhuis, op het Leusveld, Hall, Gelderland. |
| K. Schippers schreef over Henk Peeters bij een tentoonstelling (1974) in de galerie
Collection d'Art:
'Haren en watten komen uit een latere periode van de geschiedenis. En materialen als plastic en kunstgras maken nog niet eens zo lang deel uit van onze omgeving. Peeters heeft meestal niet veel meer gedaan dan het tonen van zijn keuze. Het water werd verpakt, het licht kreeg kans op een reflektie, de werking van het vuur werd zichtbaar nadat het gedoofd was. Watten verdwenen - maar bleven goed zichtbaar - achter nylon, haren maakten soms deel uit van een paardestaart en het kunstgras werd over een stuk board gespannen. Peeters is wel eens gekarakteriseerd als de minst opvallende van de Nul-groep. En op een bepaalde manier is dat waar. Armando viel op door het lef van zijn bouten, prikkeldraad en geklinknagelde platen. Schoonhoven was niet te overtreffen in zijn beheersing over wit, licht en schaduw. En ook Jan Henderikse was in zijn korte Nul-periode een in het oog springende figuur met zijn kratten bier en vellen postzegels, herhalingen, die tot dan toe duidelijk taboe waren geweest. Achteraf klinkt het alsof Henk Peeters met zijn zachte stoffen, zonder drama of koketterie, het dichtst bij de onopvallende werkelijkheid is gebleven en die ook nergens met verhalen heeft vermengd. Geen persoonlijke geschiedenissen, maar ook niet de didactiek van 'kijk hier eens, zo hebben jullie dit nog niet eerder bekeken'. Dat laatste is misschien nooit helemaal te vermijden, maar Peeters moet toch wel bewust in die richting hebben gewerkt. Dat blijkt wel als je nu een reflektiedoek of een wattenschilderij, een pirografie of een kunstgraslap van Peeters bekijkt.
De voorstelling betekent op het eerste gezicht zo weinig, dat hij, al doe je nog zo je best, al uit het geheugen dreigt weg te glippen vóór dat je hem goed en wel hebt gezien. Dat geeft Peeters' werk een eigenaardige spanning. Je bent je even bewust van de geringe inzet waarmee je doorgaans om je heen kijkt, alleen getroffen door een gebeurtenis met scherpe kantjes.'.... 'Wie zijn werk nu ziet, zal merken hoeveel invloed Nul (in dit geval het werk van Peeters) op de latere generatie schilders van Boezem, Dibbets en Van Elk heeft gehad. Voor Peeters werd Nul een werkelijk avontuur toen er een overgang van objekten naar situaties leek te ontstaan, maar de groep viel uiteen voordat daar veel van kwam. Die plannen waren er al in het begin, toen Peeters het Stedelijk Museum in 1962 al vol mist wilde spuiten, maar daar was iets te veel paraffine voor nodig en Sandberg had toen ook nog een Van Gogh in huis.'...
Zuiver en gaaf van idee - zo zou je het werk van Peeters kunnen noemen. Zelf is hij ervan vervreemd. 'Ik moet zeggen, dat ik nu liever de krant lees dan het Museumjournaal. Toch wel. Het werkelijke leven is toch veel interessanter dan de kunst. Nul is daar mee begonnen. De conclusie is dan dat je er ook mee ophoudt. Misschien ben ik binnen Nul de meest consequente realist geweest. Dat voor mij kunst en leven uiteindelijk echt samenvielen. En dan vraag je je af: wat moet je dan nog maken? Dan is het er toch allemaal?' Bibliografie
Internet
|